donderdag 31 mei: Xunqueira de Ambía - Santiago de Compostella

e-mail Jan 19.20 uur

Hallo

Ik zit hier reeds in Santiago in dezelfde albergue als verleden jaar, waar een Duitse jungfrau en een Afrikaanse inwijkeling (zeer sympathiek) mij goed hadden verzorgd. De Duitse jungfrau is er niet meer en van mijn zwarte vriend kreeg ik haar kamer toegewezen. Een kamertje voor mij alleen dus, wat een luxe.
Gisteren, bij de albergue, was dat in feite een storm in een glas water. Later heb ik nog een goed gesprek gehad met die man. Het was een Italiaan. Ik zou dat toch moeten geweten hebben. Maar ik denk dat er, voor ik aankwam, al iets gebeurd was. Deze morgen heb ik waarschijnlijk de ware toedracht ontdekt. De albergue was ingedeeld in twee slaapzalen en eigenaardig genoeg lag er in de ene slaapzaal nog niemand in bed om 21uur. En in onze slaapplaats lag reeds drie vierde in bed. Zoals ik zei: toen de lady binnenkwam om 15.30 uur om ons in te schrijven, was er een geduw om in te schrijven. Deze morgen waren er om 5 uur reeds pelgrims in de weer om te vertrekken. En om 6.30 uur ben ik opgestaan omdat ik daar maar niks lag te doen. Toen ik rond 7.15 uur vertrok, merkte ik opeens een man met bagage die naar een auto ging en toen namen ze ( met hun vieren) een uitgebreid ontbijt. Dat waren toeristen die de goedkope slaapplaatsen innamen van de echte pelgrims, die ook stempeltjes verzamelden om dat papiertje in Santiago te kunnen krijgen. Er werd al over verteld bij ons, maar zo zie je maar dat dit echt gebeurd en niet alleen met Spanjaarden.
Onderweg, met Johan, Brigitte, Helga, Lee en de drie Italianen hadden we het daarover en we waren eensgezind: het is niet voor dat papiertje, maar voor onszelf en voor de mensen die ons iets vroegen, dat we het doen. En dat zal morgen gebeuren in de kathedraal.
Onder mij sliep een fransman uit Nantes, een zeer vriendelijke man, en we vertelden wat we de volgende dagen zoal zouden doen. Hij zei nog tegen mij: "Kalmpjes. Doe het in twee dagen," en dat was ik eigenlijk van plan.

Ik wil jullie ook nog de volgorde van opname in een albergue meegeven: eerst de gehandicapten,
daarna de voetgangers (en daar heb ik mijn bedenkingen bij, hoe moeten die pelgrims eruitzien?),
dan diegene die te paard zijn, vervolgens de fietsers en als laatste diegene met een auto. Maar die plaatsen hun auto uit het zicht van de albergue, dus zijn het zogenaamd voetgangers.

Dus om 7.20 uur zonder ontbijt op pad, want in het dorpje was er nog geen bar open. Een beetje gefietst en de eerste bar binnen om mijn desayuno te nemen. Dan weer de fiets op, en - eerlijk - het ging moeilijk, want ik had een onrustige nacht achter de kiezen: om middernacht sliep ik nog niet en om 5 uur was ik opnieuw klaarwakker.
Zoals gezegd, had ik gepland de resterende 130 km in twee dagen fietsen.
Maar het begon al met mijn gps: hij wou de pelgrimsroute nemen door het bos. Het begon al van gisteren. Ik denk dat hij of zij bij het baasje in de gunst wou staan, want hij of zij had waarschijnlijk al opgevangen dat ik misschien volgend jaar met de mountainbike die route wil volgen.
Na 20 km kwam ik in Ourense aan. Ik heb de kathedraal gezocht en gevonden. Gans die tijd heb ik maar één fiets in die grote stad gezien: de mijne.
Om uit Ourense te geraken, was er een klimmetje van zeker 10 km.
Plots zag ik een wegwijzer: nog 98km. En toen begon ik te cijferen.
Bij km 87 heb ik mijn voorraad ingeslagen om een monsterontsnapping voor te bereiden: onder andere olijven, een blikje vis, een brood, bananen en appels en zo was ik de baan op.
Rond km 49 hield ik, nadat ik terug naar een hoogte van 818 m ben geklommen, halt bij een benzinestation, om een cola en een nieuwe fles water te kopen. Ik vroeg aan het meisje waar Laxe lag, want dat stond niet op mijn kaarten. Daar zou ik de albergue opzoeken. Ik vroeg ook aan het meisje hoe warm het was en ze zei: "Ik denk 24 graden," dus het was frisser dan ik dacht.
Natuurlijk ben ik alles voorbij gereden en was ik op weg naar Santiago. Of zou Sint Jacobus willen testen hoe ver hij mij kon drijven?
Een beetje verder zag ik een thermometer en die duidde 31 graden aan. Ik had geen keuze meer en voelde mij goed, vooral bij de afdalingen, want die frisse wind was zalig.
Nog een halte op 19 km van de eindmeet: cola en een stukje chocolade en op naar ...
Op 3 km kwam het doemscenario van verleden jaar weer voor ogen: dat de laatste kilometers zeer zwaar waren. Ik zag voor mij weer een helling opduiken. Ik ben gestopt en heb een cola met een glas water besteld. Ik heb mijn ondertrui uitgedaan om meer adem te krijgen en heb zwoegend de laatste drie kilometers afgelegd.
 Om klokslag 17 uur, plofte ik moe en zeer gelukkig, neer in de schaduw om even te bekomen. Je hebt ook andere hoor, die hier aankomen en een stormloop doen. Maar die zijn waarschijnlijk van een andere planeet, of ben ik zo'n zwakke?

Morgen ga ik toch gaan vragen aan Sint Jacobus wat hij eigenlijk vandaag met mij wou bereiken en de rest zal ik hem ook vragen.

Zojuist een mail ontvangen van de drie Italianen. Zij komen zaterdag aan en zouden graag met mij op de foto willen.

Wat is nu het volgende voor mij?  Morgen naar de kathedraal, uitvoeren wat ik beloofd heb aan vrienden en familie. En ik kom zeker naar huis.

Morgen geen nieuws, tenzij hier iets speciaals zou gebeuren. Maar overmorgen meer nieuws.


Groetjes aan allen


Cijfers van vandaag
128 km met 1742 hoogtemeters
in totaal heb ik 1063 km gefietst van Sevilla naar Santiago


foto uit Laza Moeder en dochter wonen tegenover elkaar en moeten zo de straat niet oversteken
gistern in die albergue in Abergueria met al die schelpen

de roestbak zo wordt die albergue van gistern genoemd


mijn laatste middagmaal op weg naar Santiago

aankomst in Santiago




woensdag 30 mei: A Gudina - Xunqueira de Ambía

sms Jan 17.06 uur


Geen internet. De bib is gesloten op woensdag.


Ik ga beginnen met het nerveuze nieuws, want hoe dichter je Santiago nadert hoe meer pelgrims die hun plaats opeisen. Toen ik om 14 uur aankwam, was reeds 75 % volzet, zelfs gereserveerd. We hoorden wandelaars toekomen en ik hoorde het woordje 'taxi' vallen.
Om 15.30 uur kwam de dame aan om ons in te schrijven en er was al een Spanjaar die de chef wou spelen. Toen hij hoorde dat ik met de fiets was, zat het spel op de wagen. Maar de dame bleef er kalm bij. Na een half uurtje was het loket gesloten en weg was ze.
Er zijn nu nog een paar plaatsen vrij. Hopelijk loopt het niet uit de hand en mag ik blijven slapen.
Waarom ik deze albergue koos? André gaf die tip, omdat die albergue bekend is als 'de roestbak'. Hij is gemaakt door een technische school en bekleed met stalen platen.


En nu het dagverslag: deze morgen begonnen de eerste zich klaar te maken om 5 uur. Gelukkig had ik de oordopjes diep gestoken - ik heb een kurkentrekker op mijn mes zitten, voor als ze er niet meer uit konden.
Rond 6.30 uur heb ik mijn boeltje verzameld, maar toen ik buitenkeek, zag ik de mist hangen. Ik heb twee maal ontbeten, omdat het er zo koud uit zag. Maar om 7.30 uur zat ik op de fiets. Eerst bergaf, daarna weer bergop om tenslotte een afdaling van 5 km aan 7 % te beginnen. Tijdens de afdaling stonden er borden dat je moest remmen op de motor. Weten zij niet dat ik niet met een elektrisch fiets rij?
In Verin, na de afdaling, ben ik gestopt om even in de zon te zitten om mij op te warmen.
In het dal heb ik veel groentetuintjes gezien met reeds mooie petatten en ook kleine wijngaardjes.
Laura deed het vandaag ook goed. Ze zat eens links, dan eens rechts en eens in de rug. Nooit in mijn gezicht. Het was waarschijnlijk haar bedoeling mij gelijkmatig te laten bruinen, waarvoor dank.
Ik moest opnieuw uit het dal en toen begon de klim: ik was gedaald tot net onder de 500 m en moest naar een hoogte van 977 m in een goeie 10 km en in volle zon.
Eens boven en na een korte afdaling, kwam ik in een klein dorpje, Abergueria, en André had mij aangeraden om halt te houden in de albergue. En het was de moeite. Iedere pelgrim krijgt een schelp. Daarop moet hij zijn naam en de datum invullen en dan wordt ze bij de rest gehangen. Het hangt vol. Ik heb een foto genomen, die ik later eens zal doormailen. Vanaf daar is het nog 140 km naar Santiago.


Vandaag had ik het gevoel dat Sint-Jacob mij met een sterk trekijzer naar hem toe aan het trekken is. Maar ik probeer mij in te tomen en tot nog toe heb ik het nog in de hand.


Ik heb in de reactie van Els gelezen dat ze meereist in mijn fietstassen. Ik heb daar geen probleem mee, omdat ze een lichtgewicht is. Maar mag ik haar vragen, eruit te springen als het bergop gaat, en me te duwen? Waarvoor dank!


Ik heb nog een oproep vanwege de ooievaars: wie wenst er nog een baby? Want de ooievaars zijn vlug aan het verminderen.


Zonder naar de kaart te kijken, wist ik dat ik in Galicië was aangekomen, aan de vreemde namen en de drooghuisjes.


Nu nog enkele getallen: de rit begon in A Gudina en na 89 km en 960 km is hij geëindigd in Xunqueira de Ambia op een hoogte van 572 m. Zopas was het nog 29 graden.


Tot morgen met meer nieuws.


sms Jan 18.03 uur


Ik ga nu gaan eten en de rust is hier terug. Er komen geen pelgrims meer binnen.



dinsdag 29 mei: Riognegro del Puento - A Gudina

e-mail Jan 15.38 uur
Ik ben hier op internet in de openbare bibliotheek van A Gudiña, waar ik waarschijnlijk gratis mijn ding mag doen. Maar ik ben het niet zeker.

Gisterenavond was die gast vlug hersteld, want om 18.45 uur zat hij al te eten met zijn vriend en de fles wijn was er ook bij. Zoveel te beter voor hem, maar het was even schrikken. Je weet wel, met die Spanjaarden: hun stem gaat vlug de hoogte in en er komt veel mimiek bij.

Rond 7.30 uur ben ik naar de bar geweest om te eten en nog geen minuut later kwam de Duitse Helga vragen of ze plaats mocht nemen aan mijn tafel. Dat was geen probleem. Ze zat pas neer toen de Zuid-Koreaan Lee binnen kwam. Helga vroeg hem om bij ons aan tafel te komen zitten. Onze tafel was dus internationaal getint.

Helga sprak goed Engels en zo konden we alle drie met elkaar converseren. Maar plots was er een inval van drie Duitsers (het waren niet die van '40 hoor). Lee en ik stonden enkele minuten buiten spel, want Helga begon tegen haar landgenoten in het Duits. Lee zei dat hij net terug was van Amerika, waar hij een auto had gehuurd om de hele USA te doorkruisen.

De senorita vroeg wat we morgen wensten bij het ontbijt en alleen Lee had een probleem: hij had graag twee eieren gekregen, maar geen een van de drie kende het Spaanse woord. Ik ben dan rechtgestaan, heb gekakeld als een kip en mijn hand gehouden en zo begreep iedereen het.

Terug in de albergue waren Helga en ik eventjes alleen. Toen werd de vraag gesteld "why are you doing the camino" en we waren vertrokken voor een goed half uurtje ernstig gesprek. We hadden allebei onze reden en het gesprek ging heel diep. Ik was heel tevreden, want ik voelde mij een stuk lichter, en voor zoiets doe je ook de camino. Want deze morgen bij het (zoveelste) afscheid, zag ik in haar ogen - en zij waarschijnlijk in de mijne - hoeveel deugd ons gesprek gedaan heeft. Ik was ook tot het besef gekomen (opnieuw), dat ik niet alleen op de wereld ben met problemen. Er zijn er nog met hetzelfde probleem.

In deze albergue was het zeer stil en rustig. Ik sliep tussen Helga en Lee. Maar buiten op het gemeentehuis ging om het kwartier een beiaard en dat duurde tot middernacht.

Ik was eens de eerste op - om 7 uur - en zo kwam er beweging in de albergue Daarna naar de bar om te ontbijten De drie Duitsers nodigden me uit aan hun tafel. Ik had geluk, want ze hadden gerookte of gedroogde hesp gevraagd. En - dat heb ik nog niet verteld - hier in Spanje hangen de winkels vol met zo'n vlees.

Om 8.30 uur op de fiets. Iedereen wuifde iedereen uit en zo begon voor mij de gevreesde bergrit. Ik reed in het begin op een wolkje. Ik zweefde na dit alles en ik moest mijzelf intomen of ik zou ten onder gaan aan het happy gevoel, het gevoel dat niets jou kapot kan krijgen.

Mijn rit was 12 km korter geworden (maar dan heb ik hem weer 20 km langer gemaakt), omdat ik die 12 km gisteren had gereden. Zo kwam ik na 30 km in de zone van de waarheid. Aan de albergue zat ik op 790m en ik moest naar 1 340 m, met daarna een afdaling naar een goeie 1 000 m en terug naar 1 225 m, om tenslotte na 88 km te eindigen op een hoogte van een 990 m. En dat om 14.45 uur. Dus we mogen spreken van een bergritje.

Vandaag zat ik volledig in een berglandschap, mooi om te bewonderen, maar lastig om te beklimmen.

Direct naar de albergue en de helft van de bedden was reeds bezet, dus ik had maar één keuze meer op de bovenste rij. Maar wie ontbrak nog bij mijn internationale pelgrims? Ja, de Hollanders en ze zijn vandaag met zijn drieën. Maar ik weet niet of er een babbel komt, want de sfeer is niet zoals gisteren.

Nu nog eens ergens een biertje gaan pakken. Dan gaan kijken in het dorp voor een menu pellegrino.

Ik denk dat ik vroeg onder de dekens zal zitten. Maar de pelgrim onder mij is een echte boomhakker. Ik heb hem deze namiddag al bezig gehoord.

Vele groetjes van een nog redelijk fitte pelgrim en morgen meer nieuws!!!!!

de 3 italiaanse amigo's
links van mij zit Giuseppe , hij is de leider, de kok en de snurker
rechts van mij Egidio , de man met de nachtlamp en de afwassr
en als laatste Rocco, ze noemen hem den Berlosconi

het internationaal gezelschap met Helga en Lee





maandag 28 mei: Zamora - Rionegro del Puente

sms Jan 17.15 uur

Om te beginnen met gisteren: de drie Italianen zijn drie uur later geland in dezelfde albergue. Het was opnieuw een blij weerzien.
Ondertussen gesproken met een Fransman. Die was heel gelukkig om na vier weken weer eens een mondje Frans te kunnen spreken.
Later op de avond, rond 9 uur, ging ik nog eens naar de keuken. Daar zaten de drie Italiano's. Ik werd onmiddellijk uitgenodigd om mee te eten. Zij maken iedere avond zelf hun eten klaar en drinken er een fles wijn bij. Het was spaghetti. Ik heb een foto genomen en die moet ik doorsturen.
Dan kwam de rit van vandaag aan bod. Toen ze te horen kregen waar ik heen reed, werd ik direct een Merckx of een Gimondi genoemd. Ze noemden mij al 'the flemish'.

Vanmorgen om zes uur, werden we gewekt met een zacht muziekje, en - eigenaardig - iedereen bewaarde de stilte. En zo werd het vroeg morgen.
Onbijt genomen, afscheid genomen van de amigos en hen beloofd hen op te wachten in Santiago.
Toen ik gepakt klaar stond, keken ze nog eens naar mijn fiets. Ze konden hun oren niet geloven, toen ik vertelde dat hij in totaal 40 kg woog. Tot ze hem optilden ... Ik zag in hun ogen dat ze dachten: "Beter hij dan ik."

Toen vertrok ik tegelijkertijd met mijn twee Spaanse kamergenoten. Na elkaar de hand geschud te hebben en een buen camino gewenst te hebben, gingen we onze eigen weg.
Ik heb het eerste deel langs kleine dorpjes gereden, waar een vrouw zelfs nog de was deed in een openbare wasplaats. Ik heb geen foto genomen, want ik vond het zo zielig.
Plots, op een heuveltop, reed een mobilhome met een Belgische nummerplaat voorbij en spontaan stak ik mijn hand op. Een beetje verder hielden ze halt en ik, blij als een kind dat ik Belgen zag. Toen de dame - zij zat aan het stuur - het venster opendraaide, begonnen we allebei tegelijkertijd in het Frans. Toen ik vroeg: "Wat zoeken jullie in dit godvergeten gat?", antwoordde zij: "En jij?" Allebei hadden we ons verhaal en we bewonderden elkaar, want de dame was, aub, 82 jaar en haar man 88. Heel beleefd vroeg ze mij of ze mocht een foto nemen. Die zou ze later opsturen. Nu begrijp ik dat die Fransman blij was, toen hij een woordje Frans kon spreken.
Ik fietste ongelooflijk gelukkig verder, maar moest mezelf intomen, want ik ging over mijn toeren gaan.
Tijdens mijn middageten, kreeg ik van pelgrimmeester André een berichtje met de beste albergues.


Na een rit van 95 km en 886 hoogtemeters, ben ik om 14.45 uur aangekomen in Rionegro del Puente.
De deur stond open en plots kwamen twee dokters binnen om één van de twee oudere pelgrims te onderzoeken. Tenslotte werd die meegenomen met de ziekenwagen voor verder onderzoek. De dame van het café wist mij te vertellen dat terwijl die pelgrims bij haar waren, die ene minder en minder adem kreeg. Hij is al terug, maar waar hij nu is, weet ik niet.
Wat er vanavond op het menu staat, weet ik niet, want er zijn hier geen restaurants en geen winkels. Enkel twee bars, waar je een hapje kunt eten. Voor alle zekerheid heb ik onderweg geshopt.


Wat de rit van morgen zal brengen: ik weet, volgens het profiel, dat er een bergske van 1400 meter bij is.


Die oude pelgrim is juist voorbijgekomen en het was van een te koude pint te drinken. Morgen zet hij zijn camino verder.


Ik groet u allen vanuit het zonnige Spanje en tot morgen, met meer nieuws.







zondag 27 mei: Salamanca - Zamora

e-mail Jan 18.21 uur

Hallo

Hier ben ik, opnieuw via het internet. Maar ik kan weeral geen foto's doormailen.

Gisterennamiddag dus Salamanca bezocht en het was de moeite. De Plaza Espanole is wondermooi. Het is een gesloten rechthoekige arena. De rest van de stad is fenomenaal. Volgens mij toch, maar zou het misschien al de vermoeidheid zijn die mijn ogen vertroebelt, zodat ik alles groot en mooi begin te zien?

In de jeugdalbergue, die zeer groot was, lag ik alleen in een kamer van vier.
Deze morgen was het ontbijt vanaf 8 uur. Er was daar ook een groep fietsers die zich goed amuseerde, en dan begint de eenzaamheid een beetje meer door te wegen.

Maar enfin, na het ontbijt de fiets op en om 9 uur was het nog maar 9 graden. Maar ik zat ook nog altijd op 790 meter hoogte. Het heeft een half uur geduurd vooraleer ik de stad of de omgeving ervan uit was. Plots, tot mijn grote verbazing, zag ik de drie Italianen en het was een blij weerzien. Het was zelfs met een high five. Maar - oh my god - de snurker met zijn lachtlamp was erbij. Ik bedacht al een plan om mijn ogen te bedekken, want we zouden hoogstwaarschijnlijk samen slapen. Ze vroegen of ik hen wou vergezellen. Ik was onmiddellijk akkoord en zo kon ik Jan de Zwijger voor een dag wegbergen, dacht ik.

We waren nog maar goed gestart - ik reed in tweede positie - en er moesten er al twee afhaken. Geen probleem: hun kapitein en ik wachtten de twee amigo's op. Ze namen zelfs een andere route dan diegene die ik voor mij had uitgestoken. Maar ik maakte daar geen probleem van, want ze namen de routa nationale en die was 14 km korter dan mijn route. Plots stak de kopman zijn linkerarm uit en sloegen we de camino (de wandelaarsweg) op. Ik maar mee, en 't was tof. Ik had zelfs de tijd om een plasje te maken, toen de laatste mij voorbijstak. In een klein dorpje liet de gps van de chef hem in de steek. Even stilstaan en weer verder. Maar na enige tijd moesten we opnieuw wachten. Onder ons tweetjes, waren we aan het overleggen hoeveel dagen we nog te fietsen hadden. Hij dacht zes, ik dacht vijf. En toen zei hij: "We zullen er vanavond eens over spreken." Maar het bleef maar duren vooraleer die twee andere aankwamen. Toen zei hij: "Rij maar verder. We zullen elkaar vanavond wel zien en horen."
Ik heb nog de plaats van een albergue (die ik van mijn pelgrimsmeester, die er anderhalve maand geleden met zijn dochter heeft geslapen, had gekregen) meegegeven. En ik ben ook zeker dat meester Marc met zijn jeugdige beentjes en zijn tempo ook zou moeten wachten.

Ik stond daar nu. Mijn gps was niet ingesteld, de route op de kaart was anders en ik mocht niet doen als den dunnen en zeggen: "'k Wete de weg niet." Dan maar beginnen fietsen en zo goed als mogelijk de gele flecha's volgen. Zo heb ik meer dan een uur tussen de graanvelden gereden. Vandaag bestond het landschap vooral uit graangewassen. Ik zat wel verveeld met mijn bandenkeuze. Ik moest eigenlijk alle-terrein-banden hebben om op zo'n wegen te fietsen. Misschien voor een volgende keer!
Op het einde van dit stuk, kwam ik naast de routa nationale en de autostrade uit. Ik koos voor de laatste.


Het ging heel vlotjes vandaag. Maar ik heb eens mijn verstand over mijn benen laten heersen: op 't gemak. Want als ik zie dat iedereen aankomt, waarom dan uzelf moe maken om tenslotte in dezelfde albergue te slapen?

Rond 13.15 uur, na 75 km en 359 hoogtemeters, was ik aan die prachtige albergue. En wie stond daar ook? De Spanjaard aan wie Fito mij wou koppelen. Ook een hartelijk weerzien. Toen ik van de Italianen sprak, begon hij te lachen. "Ja," zei hij, "die met zijn lamp, die snurker." Maar tijdens de siesta deze namiddag, lag die Spanjaard een boompje te zagen, dus Jan: oordopjes klaarleggen!

Toen we binnen gingen, werden we onmiddellijk de les gespeld: schoenen uit, enz. ... Ik kreeg zelfs een blad waar alles in het Frans op stond. We moeten morgen tegen 8 uur buiten zijn. Er is wel een ontbijt voorzien, maar iedereen moet zijn materiaal afwassen. Kostprijs donativo.

Deze namiddag op zoek geweest naar internet. Er nergens gevonden en om 15 uur besloten te eten. Want gisteren in Salamanca kon je eten krijgen tot ongeveer 17 uur, maar daarna niet meer dus volle maaltijd.

De Spanjaard en ik namen de rit voor morgen reeds door en hij vindt 60 km meer dan genoeg.
Maar voortaan moet ik niet meer kijken om een mooie stad te bezichtigen en als alles goed meezit, zal ik misschien een beetje langer rijden.

Groetjes en tot meer nieuws vanuit .

ps: voor mijn vertrek, vroegen enkele dames zich of hoe ik de was zou doen. Je zal binnenkort op de foto's zien dat ik een ander truitje draag (een geel), maar dat was boven mijn rood getrokken voor de kou. Ik heb dus nog steeds dezelfde kleren aan. Toen ik zin had om mijn kleren te wassen, was het meer dan 30 graden en ik mag die kleren maar op 30 graden wassen ...






zaterdag 26 mei: La Calzada de Bejar - Salamanca


mail Jan 15.36 uur


Hallo

Gisterenavond, zoals ik gisteren reeds schreef, mocht ik - mits betaling - mijn voeten onder tafel steken bij een senorita. Ik ben daar heel vriendelijk ontvangen. Het was een huis met heel kleine plaatsjes, voor de warmte in de zomer en de koude in de winter tijdens de winter. Het dorpje ligt immers op 790 m hoogte. Haar man kon een beetje Frans en zo konden we nog iets vertellen. De dame had een woordenboekje Spaans-Engels mee en zo waren we vertrokken.

In de zomer wonen er 80 en in de winter 40 mensen in dat dorp. Ze voorzien zich zelf van voedsel door veel zelf te maken. In het plaatsje waar ik at, hingen 2 hespen (1 van een zwart varken en 1 van een wit). Ik heb dat natuurlijk moeten proeven. Ik had vissoep gevraagd en de hoofdpla kan ik niet nazeggen, maar het was heel lekker. Het moest vlug gaan: terwijl ik nog bezig was met het ene, bracht ze het andere met daarbij een fles rode wijn. Bij de koffie zelfgebakken koekjes met zelfgemaakte drank. Natuurlijk had ze 2 soorten en die moest ik ook allebei proeven. Dat deed ik dan ook, uit beleefdheid. Hier gebruiken ze ook den lambiek ( zo noemen ze hem hier ook) zoals in frankrijk om te stoken. Den witte die ik kreeg, is gestookt uit de schil van de druiven.

Na alles geproefd te hebben, nam ik afscheid. Tot deze morgen, daar ik ook mijn ontbijt daar nam. Het was weer van het zelfde: alles erop en eraan en van alles zeker genoeg. Die mensen waren gelukkig nu en dan een pelgrim te mogen bedienen. Want in feite hebben ze het niet breed. De man zit al 2 jaar zonder werk. De jongeren gaan elders op zoek naar werk. Meer en meer hoor ik hetzelfde verhaal op mijn camino.

Rond 8 uur ben ik dan beginnen fietsen voor een tochtje van 79 km. Ik was nog geen 100 m ver, toen ik een weide vol ooievaars zag. Dit schouwspel blijft mij maar imponeren, zoals die Fransman en die dame van eergisteren ook zeiden.
Het was onmiddellijk klimmen en ik kwam voor de eerste maal boven de 1000 m-grens (1032 m). In de afdaling naar het dorp had ik het zeer koud. Mijn billetjes werden rood, niet van de zon, maar van de kou. In het dorp zag ik de temperatuur: 9 graden terwijl het toch al 10 uur was. Maar ik zat nog op 980 m hoogte en de zon scheen heerlijk.
Onderweg had ik reeds ondervonden dat mijn tanden begonnen te knarsen en plots zag ik een fietsenwinkel. De eerste die ik tegenkwam. Ik vroeg aan de man om een beetje olie op mijn ketting te doen en dat was geen probleem.
De rest van de rit verliep op een hoogte tussen 800 en 1000 m. Er blies een wind en dat maakte het tijdens het fietsen nogal frisjes. Hoogtemeters vandaag: 845.
Vandaag heb ik de caminoroute genomen, dus niet meer de nationale, en in de wijde natuur gefietst. En terwijl ik af en toe moest klimmen ( dat gaat niet vlug), heb ik het mooie gezang van de vogels aanhoord en het waren geen mussen of tortelduifjes. 't was prachtig!!!!
Ik weet niet of ze dat deden om mij aan te moedigen of ...

Rond 13.30 uur aangekomen in Salamanca en op zoek gegaan naar een albergue. Dat heeft een beetje tijd gevraagd, want de oude stad ligt op een heuvel en je moet maar eens proberen in zo n oude stad te rijden. Het is soms zwaarder dan een col.
Als ik van hier naar de oude stad wil gaan, moet ik ongeveer 20 minuten wandelen en dat ga ik zeker doen want de eerste indruk was al geweldig.

Nog allemaal een mooi en zonnig verlengd weekend en tot morgen!






vrijdag 25 mei: Carcabosa - La Calzada de Bejar



sms Jan 14.21 uur

Na 81 km en 1 040 hoogtemeters aangekomen in La Calzada de Bejar omstreeks 14 uur.

Ik heb mijn intrek genomen in een casa rural waar ik alleen kan slapen. Er is geen restaurant in dat kleine dorpje en ook geen winkel. Onderweg heb ik mijn voorraad aangesproken, zodat ik minder zou wegen.
Dus vooraleer ik toezegde, vroeg ik waar ik kon eten. Kon dat nergens, dan vertrok ik naar het volgende dorpje. Maar na enige tijd begreep ik dat een senorita voor mij zou koken?

Onderweg heb ik mijn eerste colletje beklommen (975 m) en toen ik in Bejar kwam, zag ik nog sneeuw liggen op de flanken van de Sierra de Candelario.

Gisterenavond zijn we met drie gaan eten, er kwam nog een Spaanse française opdagen die ook te voet de camino deed. Ze was geboren in Spanje en woonde in Frankrijk. Door die twee personen, heb ik typische dingen van daar leren eten en drinken. Onder andere limonade met rode wijn en als hoofdpla zwinnelippen.
Dan begon het gesprek over Spanje en zijn problemen, maar dan was ik Jan de Zwijger.
In de albergue nam ik afscheid, want mijn kamergenoot vertrok om 6 uur en de dame om 6.30 uur. Zo gaat dat op de camino: je leert iemand kennen en 's anderendaags zijn ze verdwenen.






donderdag 24 mei: Caceres - Carcabosa

sms Jan 17.23 uur
Na 87 km en 580 hoogtemeters om 14 uur aangekomen in de albergue te Carcabosa (10 km ten westen van Plasencia).

Tijdens mijn avondwandeling drie pelgrims ontmoet waarmee ik al twee nachten heb doorgebracht. Het waren Italianen. We vertelden over die vorige nacht en de ene gaf toe dat hij ook snurkte. Maar hij was het niet. Toen ik zijn vriend aanduidde met de nachtlamp, moest hij eens goed lachen.

Gisterennacht een rustige nacht. We waren met drie en er was plaats voor vijf.

Vanmorgen was het al 21 graden om 8 uur en het werd warmer en warmer. (Ik heb juist op tv gezien dat het in deze streek tot 35 graden en meer kan gaan.)

Wat het vandaag, met die hitte, nog zwaarder maakte, was de tegenwind in de vallei van de Rio Almonte en Rio Tajo. En dan de klim om uit dit dal te komen. Maar wat de pijn verzachtte, was de vele nesten met ooievaars op alle mogelijke plaatsen.

Aangekomen in het dorp was ik mijn routebeschrijvingen voor de volgende twee dagen verloren. Maar na een kwartiertje rondfietsen, vond ik ze gelukkig terug.

Vanavond is mijn kamergenoot een man uit Bordeaux. We hebben elk een twijfelaar om in te slapen. Ik hoop dat hij niet te veel gaat vertellen, want hij is echt een babbelaar. Zoals hij nu bezig is tegen een française! En voor morgen staat een 1000 m op het programma.



woensdag 23 mei: Merida - Caceres

mail Jan 5.43 uur

Hallo

Op internet vanuit Caceres.

Gisterenavond hebben we nog enkele uren een voetverzorging van een Aziatisch (zo zag ze er toch uit, 'k weet niet van waar ze kwam) meisje bijgewoond. Ze vroeg aan iedereen raad, want haar ene voet zat vol met blaren. Er waren er niet veel die de goeie oplossing wisten, tot een voetganger-pelgrim met ervaring begon zei dat ze de blaren moest doorprikken en om ze te droog houden.

Met mijne Fito (en deze keer is het juist geschreven!) was er kort overleg. Hij ging niet tot in Caceres. Ten eerste was dat te ver. Bovendien moest hij daar morgen pas zijn: zijn senorita zou hem daar verwelkomen. Intussen heb ik ook vernomen dat hij een Bask uit Bilbao is.

Hij wou me koppelen aan een ander en die antwoordde dat het traagjes zou moeten gaan. Dan heb ik geantwoord dat ik solo ging. Ik heb hem nog niet gezien hier. Het verwonderde mij gisteren dat hij daar eerder was dan ons. Maandag hadden we elkaar ook al gezien in de albergue. Maar ja, er gebeuren nog altijd wonderen.

Vannacht een rotnacht gekend. Rechts naast mij lag er enen bomen om te zagen, 't was ongelooflijk. Ik heb het eerste en vlugste hulpmiddel genomen: mijn kousjes. Maar die waren te dik. Dan maar in het duister op de tast in één van mijn zakken op zoek naar de oordopjes en die heb ik zo diep mogelijk gestoken.

We moesten allemaal om 10 uur binnen zijn, maar de duiven vielen zeer onregelmatig. Zelfs om middernacht kwam er nog één binnengevlogen.

Maandag had ik gesproken over een man met zijn lampje. Wel, deze lag inks boven mij. Hij was ook al te laat binnen en die begon met massage van zijn dijen. Daarna zijn boekje en dan nog alles mooi wegsteken.

Vanmorgen waren de eerste daar al om 6 uur. Gedaan met slapen dus. Zelf om 6.30 uur eruit, fiets klaargemaakt en ter plaatse ontbeten.

Nog even de route besproken en de één en de ander vertrok.

Ja, ik heb het weer gekund: na een tijdje had ik door dat ik op de autostrade aan 't rijden was. Hier en daar toeterde er wel één. Tot ik mijn fiets draaide en enkele kilometers moest rijden om aan de afrit te komen.

De rest van de rit verliep vlotjes, maar saai. Ik nam de routa nationale en dat was vele kilometers rechtdoor zonder verkeer. Maar op een 30 km van Caceres zag ik plots vijf arenden in de lucht rondjes maken. En een beetje later zag ik links en rechts van mij ooievaars in de schrale weiden en velden, op zoek naar voedsel. Prachtig. En last but not least zag ik op een 50 meter van mij twee arenden zitten. Jammer genoeg vlogen ze weg en dan zag ik een luchtgevecht. De arenden werden weggejaagd door een roofvogel met de grootte van een buizerd.

Na 81 km en 530 hoogtemeters aangekomen in het hartje van Caceres in een familiale albergue en ik was nog net op tijd om te eten.

Zopas heb ik het oude gedeelte van Caceres bezocht (zeer mooi). Nu nog een beetje voorraad opslaan voor morgen en rustig de route bekijken.

Wat de temperatuur betreft: gisterenavond in Merida, was het nog 32 graden om 19 uur en hier om 17 uur maar 31. Ja, ik ben al 80 km meer naar het noorden aan het rijden.

grtjs aan allen en iedereen



Mijn albergue van gisteren
caceres
caceres

caceres

Voetjes verzorgen

















dinsdag 22 mei: Zafra - Merida

mail Jan 16.04 uur

Vandaag aangekomen in Merida en op zoek gegaan naar internet. 

Gisterenavond was er wel sprake van een restaurante, maar die bleef gesloten.  Dan ben ik maar naar een benzinestation geweest - het dorp was te ver - en daar een blikje mosselen, een blikje vis en een blikje olijven aangeschaft met een paar blikjes bier. Dat was dan mijn avondeten. Wat ik nog mee had - een paar broodjes en smeerkaas - spaar ik voor later. Zoals we geleerd hebben: een appeltje voor de dorst.

Om 9 uur lag ik al in mijn bed, want eerlijk gezegd was ik stikkapot na al dat heen-en-weer-rijden en eigenlijk wist ik niet wat mijn Spaanse vriend wou. Voor het slapen gaan, bespraken we de rit van vandaag en in feite waren we allebei hetzelfde van plan.

In plaats van om 10 uur was Fieto (ik weet nog steeds niet of ik het juist schrijf, maar die naam werd afgeleid van Adolf, en gisteren vroeg hij nog aan mij of ik een Duitser was) reeds om 6.30 uur aan 't inpakken en - eerlijk - ik was mij al gans de tijd aan het afvragen hoe ik gerecupeerd was van gisteren.
Alles ingepakt, de sleutel weer naar het politiebureau ( je mag het niet vergelijken met man bijt hond) en dan op zoek naar een bar voor het ontbijt. Na het ontbijt moest Fieto zijn banden nog opblazen: stop aan een benzinepomp. Ik pompte mijn banden ook op, maar in feite was het niet nodig.
Toen we vertrokken, maande hij me aan om het 'op zijn Spaans' te doen: rustig dus. Hij heeft mij gisteren bezig gezien en hij was natuurlijk bang voor vandaag.
Toen ik zag dat hij een banaan weg stak, vroeg ik hem ergens te stoppen waar ik inkopen kon doen. Hij begon een uitleg te doen over in welk dorp we zouden stoppen.
Ik liet hem op kop vertrekken en liet mij meedrijven op een wolk van moeheid en vragen in verband met mijn herstel.
Ik liet hem maar doen en - eerlijk - ik zag in hem onmiddellijk de Spaanse meester Marc: hij toonde mij de weg en toen ik op kop reed (na 20 km), riep hij waarheen ik moest en of het te vlug ging. Het was op een echt gezapig tempo en ik moet erkennen: als je zoiets onderneemt, moet je de wielertoerist uit jezelf bannen en op een rustig tempo rijden. Wat ik ook bijgeleerd heb is dat je een voorraad moet meehebben, zodat je niet voor verrassingen komt te staan, zoals ik gisterenavond. En een dag zonder warm eten gaat ook.
Hij was ook bezorgd om mij, want telkenmale vroeg hij of het goed met me was. Zo ging de rit rustig verder langs de nationale route, waar er geen verkeer was, want links van ons lag een autostrade die aangelegd werd met Europees geld en waar ook heel weinig verkeer was.
Plots nam hij de wandelroute van de pelgrims en voor mij was dat weer een droom die werkelijkheid werd. Met mijn 40kg (fiets en bagage samen) deden we in feite een mountainbiketocht in de open velden.
Het landschap veranderde van olijfbomen in nieuwe plantages van druiven.
Op die aarden weg ontmoetten we een pelgrim te voet. Dat moet iets fantastisch zijn: alleen met jouw rugzak onderweg zijn. En de route is zeer goed uitgepijld, beter dan voor een fietser.


De laatste twee nachten hebben we maar 3 euro betaald om te slapen. Nu begrijp ik meer en meer die Fieto: hij wil echt als pelgrim die weg afleggen. Wat ons morgen te wachten staat weet ik niet, maar ik ben zeker dat er vanavond een kleine vergadering gepland wordt en dat ik gewillig mijn Spaanse meester Marc zal volgen. 't Is toch normaal: hij is een Spanjaard en hij kent toch zijn land zoals ik België ken.


Na een ritje van 65 km en 140 hoogtemeters zijn we rond 13 uur aangekomen in de albergue in Merida. Ik was blij met die overgangsrit, want er volgen nog zware dagen.


Deze morgen was het frisjes maar aangenaam. Er was maar een briesje uit het noord-noordoosten.
Eénmaal heb ik Fieto moeten corrigeren en hem leren kijken naar de zon: toen we de nationale verlieten om op een carrera te rijden, reden we totaal verkeerd, tot ik hem erop wees dat hij moet kijken naar Laura.


In de albergue aangekomen, werd ik verwelkomd door een Spanjaard die twee dagen geleden het stapelbed met mij  deelde. Maar hoe hij daar al was, is en blijft voor mij een vraagteken.

Ook in die albergue waren er drie dames klaar om te vertrekken en toen ze mij zagen, schrokken ze zich een bult. Natuurlijk stond ik verbaasd te kijken. Ze wezen naar mijn benen, maar ik had het niet onmiddellijk door. Tot ik onder de douche stond: het warm water deed pijn aan mijn benen. Ze waren zeer rood, dus weer een probleempje. Voor het eten in de stad, naar een apothekeresje geweest. Een goed zalfje gevraagd, ingewreven en gaan eten. Nu nog de historische stad bezichtigen en op naar morgen.


Fietsen op de camino van de voetgangers met mijn Spaanse vriend Fieto






Klik op het kaartje om het groter te zien.





 

maandag 21 mei: Almaden de la Plata - Zafra

sms Jan 19.14 uur


Eerst beginnen met gisterenavond: na het eten en op weg naar de albergue opnieuw verzeild in een processie ter ere van divina pastora. Daarmee kreeg in onmiddellijk ook antwoord op mijn twee vragen:
- één: tijdens de dag zag ik geen kat op straat omdat ze zich voorbereidden op de processie. Die bestond uit 35 praalwagens getrokken door een 4x4;
- twee: nu weet ik ook waarom de Spanjaarden zo katholiek zijn: in iedere praalwagen was er een bar. Erachter werden liederen gezongen en werd er gedanst en getrokken.
Terwijl ik foto's trok, werd ik door een paar dames bij de arm genomen om te dansen.


De albergues zijn nog niet veranderd: de één leest om 11 uur nog een boek, elders wordt er gebabbeld, hier en daar gesnurk ... En 's morgens om 5 uur de eerste wandelaars die vertrekken. Dus vanmorgen vroeg dag gaan ontbijten in 't dorp en om 8 uur de fiets op.
't Was niets anders dan klimmen, 't was koud er was gans de dag veel wind. Regelmatig steeg het 11% en soms tot 13.
Na 67 km was ik moe en besloot ik de albergue op te zoeken. Daar aangekomen, ontdekte ik dat die op maan- en dinsdag gesloten is.
Samen met een Spanjaard, reed ik 8 km verder naar de volgende albergue: ook gesloten! Toen besloten we naar Zafra te rijden, 18 km verderop: weer van 't zelfde!!
De Spanjaard reed met mij naar de politie en deze zond ons naar het volgende dorp. Opnieuw bij de politie daar papieren invullen, 3 euro betalen en ... hij kreeg een sleutel van een albergue weer enkele kilometers verder.
In plaats van 67 km werden het er 114, met 1 350 hoogtemeters.
Waar en wat we zullen eten, is nog een raadsel, maar ik heb nog oud brood en kaas.


Groetjes


sms Jan 20.56 uur


We zijn met zijn tweetjes om te slapen in een zaal waar er twintig kunnen slapen.
Wat de streek betreft: niets anders dan olijfbomen. Ook mooi gekleurde zangvogels en vooral ooievaars op zoek naar voedsel.
'k Ben nu een echte pelgrim: sleutel mee gaan vragen van een onbemand albergue en morgen terugbrengen.
Mijn tijdelijke compagnon heet Fiete en is 62 jaar, maar hij fietst tot in Salamanca. Morgen wil hij tot 10 uur slapen, maar ik denk dat ik dan al weg zal zijn.


begin van de processie maandagavond

de albergue van maandagavond

de albergue van maandagavond




Klik op het kaartje om het groter te zien.

zondag 20 mei: Sevilla - Almaden de la Plata

sms Jan - 17 uur
Geen internet gisterennamiddag. Sevilla bezocht en 's avonds in een processie verzeild geraakt en zo het noorden kwijt geraakt in al die kleine straatjes.
Toen ik rond 22 uur op de kamer kwam, was iemand mijn bed al aan het innemen. Maar daar ik eerst geboekt had, mocht ik blijven.
Toen ik wou gaan slapen, maakten de meisjes zich klaar om een stapje in de wereld te zetten. Gelukkig ben ik niet wakker geworden bij hun terugkomst.


sms Jan - 17.11 uur
Vanmorgen na het ontbijt, heb ik twee broodjes meegenomen en ben rond 9 uur vertrokken.
Nadat ik 10 km uit de stad was, begon het altijd maar bergop te gaan. Als ik boven op een helling kwam, zag ik nog hogere bergen.
Wat het weer betreft: dat was niet al te best. Een beetje fris, af en toe een spatje regen en schuin rechts voor mij regenbuien.
Ik heb ook de eerste ooievaarsnesten gezien.
Onderweg wat fruit en een tomaat gekocht, want veel kom je hier niet tegen.
Na 70 km kwam ik aan bij een albergue in Almaden de la Plata. Ik heb maar besloten om hier te blijven, want ik had hier een plekje gezien waar ik vanavond een menu pelgrino kan gaan eten. Het volgende dorpje was bovendien maar 15 km verder en wat zou ik daar vinden ...? Gelukkig heb ik dit besluit genomen, want eerst vielen er hagelstenen, waarna een fikse regenbui volgde.
In de albergue was de conciërge er niet, want ze vieren twee dagen feest in het dorp. Daar heb ikzelf nog niks van gezien!
Voor het ogenblik nog geen ongemakken. Op naar morgen, met hopelijk wat beter weer. Op dit moment zon met in de verte donkere wolken en veel wind.


Klik op het kaartje om het groter te zien.

zaterdag 19 mei: vertrek


Hallo,

Juist aangekomen in mijn gereserveerd hostal: ik mag blij zijn dat ik de raad van juf Joke om te reserveren heb opgevolgd, want het is hier een echt doolhof met al die kleine straatjes. Het is ook enorm druk. Ik denk dat ik morgen verder trek.
Deze morgen verliep alles vlot in de vlieghaven. Ik had wel veel bekijks met die grote doos. Maar ik had geen problemen om in te checken.
Na een goede vlucht en een half uurtje dan voorzien, maakten we een zachte landing. Zodra ik in de hall kwam om de bagage op te halen, was ik direct gerustgesteld: er stonden reeds enkele lege dozen tegen de muur en niet veel later kwam mijn doos langs het zelfde gat als de valiezen tevoorschijn. Met dien verstande dat de doos nauwelijks door de opening kon en de band blokkeerde. In een andere hoek stonden drie lotgenoten, maar met een kleinere doos, hun fietsen uit te halen.
Toen ik goed bezig was, kwam er een koppeltje naar mij en de jongen vroeg: "Zijt gij Jan uit Wevelgem?" En inderdaad: ik herkende hem. We hebben die jongen nog ontmoet bij meester Frans in Buxy. Zo zie je dat de wereld klein is.
Bij aankomst had het hier goed geregend en was het toch al 25 graden. Ik heb rustig alles uitgepakt, m'n banden zo hard mogelijk opgeblazen, alles opnieuw in de zakken gedaan. Dan de vlieghaven uit: eerst alleen en dan een beetje met drie mannen (dat waren trouwens Spanjaarden). Aan het eerste benzinestation gestopt om mijn banden - deze keer goed - op te blazen en zo op weg naar de stad.
Ik ga nu naar  mijn kamer en dan eens de stad verkennen.


Vetrek luchthaven Charleroi - Veel dank aan Bram voor de hulp met het vervoer.


Aankomst luchthaven Sevilla - mijn hebben en houden + paard voor de komende weken


Aankomst luchthaven Sevilla - stuur erop en een 20tal km richting stad